top of page
Search

Wanneer terug naar werk te snel terug naar werk wordt

De afgelopen jaren is er veel veranderd voor mensen die langdurig ziek zijn. De overheid wil meer mensen opnieuw richting arbeidsmarkt begeleiden en zet sterker in op terugkeer naar werk. Op zich is dat een initiatief dat ik erg toejuich. Wie opnieuw kan deelnemen aan het arbeidsleven, verdient alle kansen en ondersteuning om die stap te zetten. Niemand heeft baat bij een systeem dat mensen onnodig langdurig aan de kant houdt.

Ik ben dus absoluut voorstander van een beleid dat inzet op activering. Werk is voor veel mensen een belangrijke bron van structuur, zingeving, sociale contacten en herstel.

Wat mij opvalt, is dat er vandaag een waardevol systeem bestaat dat mensen na een lange periode van arbeidsongeschiktheid kan helpen om opnieuw een werkplek te vinden die bij hen past. De terug naar werktrajecten kunnen mensen ondersteunen bij het zoeken naar aangepast werk, ander werk, een nieuwe professionele richting.

Ook de terug naar werkcoaches die deze trajecten begeleiden, doen dat vaak met veel deskundigheid, engagement en beroepsfierheid. Ik ken velen van hen en zie hoeveel zorg zij in hun werk leggen. Mijn bezorgdheid gaat dus niet over de kwaliteit van die begeleiding.

Toch zie ik in de praktijk iets dat mij zorgen baart:

De vraag is of iedere langdurig arbeidsongeschikte persoon op dezelfde duidelijke en tijdige manier toegang krijgt tot die begeleiding. In de praktijk lijkt dat niet altijd zo te zijn.

Dat heeft te maken met het moment en de manier waarop de adviserend arts van het ziekenfonds beslist of iemand nog arbeidsongeschikt is of niet. Die beslissing is geen detail. Ze bepaalt mee of iemand nog toegang heeft tot bepaalde vormen van ondersteuning. Voor wie langer dan een jaar arbeidsongeschikt erkend is, kan die erkenning net het toegangsticket zijn tot een terug naar werkvoucher.

Ik zie situaties waarin mensen na een lange periode van arbeidsongeschiktheid plots arbeidsgeschikt worden verklaard. Zij begrijpen op dat moment niet altijd wat er precies beslist werd, welke gevolgen die beslissing heeft en welke rechten zij daardoor dreigen te verliezen. Soms merken mensen eerst dat hun uitkering stopt en wordt pas daarna duidelijk dat er al een beslissing genomen is over hun arbeidsongeschiktheid.

Dat is verwarrend, belastend en menselijk zwaar. Mensen worden op die manier in snelheid gepakt. De begeleiding bestaat wel, maar door een snelle beslissing en onduidelijke communicatie krijgen zij niet altijd de kans om daar tijdig gebruik van te maken. Daardoor kan een systeem dat bedoeld is om mensen te ondersteunen, voor sommige mensen onbereikbaar worden op het moment dat ze het nodig hebben.

Gelukkig krijgen veel mensen wel tijdig informatie, ondersteuning en een duidelijk perspectief. Zij weten welke stappen eraan komen, kunnen zich voorbereiden en krijgen de kans om met begeleiding te onderzoeken wat opnieuw mogelijk is.

Eerst dacht ik dat het ging om een situatie waarin het toevallig fout was gelopen. Maar als ik mijn oor te luisteren leg, hoor ik gelijkaardige ervaringen vaker terugkomen.

Het gaat over mensen die hard werken aan hun herstel. Mensen die therapie volgen, medische begeleiding krijgen en nadenken over hoe een terugkeer naar werk haalbaar kan worden. Mensen die geen stappen weigeren, maar juist nood hebben aan duidelijkheid, tijd en ondersteuning om die stappen verantwoord te zetten.

Een terugkeer naar werk kost energie. Het is een periode waarin iemand nog stabiliteit nodig heeft om uit te zoeken welk werk haalbaar is, onder welke voorwaarden en in welk tempo. Net op dat moment kan een plotse beslissing mensen in grote onzekerheid plaatsen. Wat gebeurt er met mijn inkomen? Welke rechten blijven behouden? Welke ondersteuning is nog mogelijk? Hoe bereid ik mij voor op een terugkeer naar werk wanneer ik pas achteraf besef dat er al een beslissing genomen werd die mij de toegang tot begeleiding ontneemt?

Als dit vaker gebeurt, ontstaat er ongelijkheid. Sommige mensen krijgen de kans om goed begeleid terug richting werk te gaan. Anderen verliezen die kans door timing, onduidelijke communicatie of een beslissing waarvan de impact pas te laat zichtbaar wordt. Dat vergroot het risico dat mensen te snel opnieuw onder druk komen te staan en later opnieuw uitvallen.

Een terugkeer naar werk is geen schakelaar die van de ene dag op de andere wordt omgezet. Het is meestal een proces van opbouw, herstel, zoeken, proberen, bijsturen en opnieuw proberen. 

Daarom stel ik mij een concrete vraag: Als langdurig zieken vandaag strenger worden opgevolgd, hoe wordt dan de kwaliteit van deze beslissingen gemonitord? Wordt er systematisch gekeken naar de manier waarop beslissingen worden meegedeeld? Naar de transparantie van de procedure? Naar het overleg met behandelende artsen? Naar de tijd die mensen krijgen om te begrijpen wat een beslissing betekent? Naar de impact van zo’n beslissing op hun inkomen, hun rechten en hun toegang tot ondersteuning?

Op papier gaat het over activering en terugkeer naar werk. In de praktijk mag dat geen systeem worden waarin mensen het gevoel krijgen dat ze vooral een dossiernummer zijn geworden. Misschien is dat niet de bedoeling van het beleid. Maar wanneer verschillende mensen onafhankelijk van elkaar gelijkaardige ervaringen beschrijven, moet zo’n signaal ernstig genomen en onderzocht worden.

Daarom ook mijn vraag aan minister Frank Vandenbroucke: hoe wordt de kwaliteit van deze beslissingen opgevolgd?

Hoe wordt bewaakt dat mensen tijdig, duidelijk en volledig geïnformeerd worden over beslissingen die grote gevolgen hebben voor hun inkomen, hun rechten en hun toegang tot ondersteuning?

Het principe van terugkeer naar werk is waardevol. De Terug naar werkbegeleiding kan voor veel mensen echt een verschil maken. Dan moet het systeem wel zo uitgevoerd worden dat iedere arbeidsongeschikte persoon gelijke kansen krijgt om die ondersteuning tijdig te gebruiken.

Een goed beleid kijkt naar de uitkomst en naar de weg ernaartoe.

Die weg moet efficiënt zijn, maar ook duidelijk, eerlijk en menselijk.

 
 
 

Comments


FulFil Praktijk
Tiensestraat 10, 3440 Zoutleeuw
✉️ welkom@fulfil.be

✉️ 0495 28 37 47

Praktisch
 

De Tiensestraat is parkeervrij.
Parkeren kan je op de parking aan Tiensestraat 39, of daar het straatje in, aan de parking van het rusthuis. Parkeren kan ook aan de kerk op de markt of in de Schipstraat. 

 

Betalen kan met de betaalapp of cash.
 

bottom of page